Stadsvogels in hun domein Inloggen

Voorbeeld

Uitwerking en producten
 

MUS heeft de ingang van postcodegebieden en in Zoetermeer gaat het om 17 postcodegebieden. Voor de berekening van de benchmark is de wijken/buurtenindeling gebruikt van het Centraal Bureau voor de Statistiek. De stadsvogelbenchmark geeft een beeld hoe goed het met de stadsvogels in een gemeente gaat in vergelijking met het gemiddelde beeld in Nederland. De benchmark is gebaseerd op de relatie van stadsvogels met structurele eigenschappen van het gebied. Dat wil zeggen dat het kenmerken zijn die niet of moeilijk beïnvloedbaar zijn zoals de gemiddelde leeftijd van de huizen in de wijk, of de oppervlakte die bebouwd is. Als er meer vogels worden geteld dan we verwachten aan de hand van structurele
kenmerken is er blijkbaar iets in dat gebied aanwezig dat aantrekkelijk is voor die soort. En andersom, als getelde aantallen lager zijn dan we zouden verwachten ontbreken er elementen die vogels aantrekken. Die verschillen worden vaak veroorzaakt door “niet-structurele kenmerken” van een gebied zoals het aantal nestkasten of nestdakpannen in de wijk, hoeveel er wordt gevoerd, dichtheid bomen en struiken, aantal katten, maai- en snoeiregime, e.d. Daarmee geeft de benchmark inzicht waar het mogelijk is om met maatregelen de situatie voor stadvogels te verbeteren. De benchmark is ingedeeld naar broedvogelgilden.

De volledigheid en de telinspanning worden besproken en in de tekst van de verschillende gildes worden de wijken genoemd.

De belangrijkste vertegenwoordigers uit deze groep zijn de Gierzwaluw, Kauw, Spreeuw en Huismus. Alle soorten die in huizen en gebouwen broeden onder dakpannen en in openingen. De wijken die erboven uit springen zijn deels vergelijkbaar met de groep van de holenbroeders. Onder gemiddeld zijn het Stadscentrum en de de wijken in het noorden en de groene delen in het westen. Het gaat ook om nieuwe wijken en industrieterrein. Opvallend is dat Dorp en Meerzicht-Oost lager scoren dan bij de vijf holenbroeders, wat impliciet zou kunnen betekenen dat de Gierzwaluw het verschil maakt. Belangrijk is om bij nieuwbouw, verbouw en renovatie ook nestgelegenheid aan te bieden voor deze groep. Dat kan d.m.v. de zgn. Vogelvide, maar ook door het inmetselen van neststenen of ophangen van nestkasten. Ook voor een soort als de Huiszwaluw zijn er mogelijkheden, zoals het ophangen van kunstnesten of het neerzetten van een Huiszwaluwtil.

Dit zijn soorten die gebruik maken van ruderale omstandigheden hetzij voor hun voedsel of om er te broeden. Fazant, Scholekster, Kleine Plevier, meeuwen, Visdief, Witte Kwikstaart, Huismus en Kneu zijn de belangrijkste soorten. Niet geheel verrassend zijn de hoogste aantallen gezien in de buitenranden van Zoetermeer. Hier zijn door nieuwbouw of industrieterreinen ruderale omstandigheden aanwezig. Het is ook tijdelijk habitat waardoor ook nog De Leyen en Noordhove geschikt zijn voor deze soorten. Gericht beheer voor deze groep is lastig omdat ze gebruik maken van tijdelijk habitat. Mogelijkheden zijn er door de aanleg van eilandjes en een drijvend ponton of op platte (grind)daken. Bomen zijn vaak een belemmering voor pioniersoorten.

Het gaat hier om soorten die voor broeden of bescherming afhankelijk zijn van water. Voorbeelden daarvan zijn Fuut, Grauwe Gans, Wilde Eend, Soepeend, Meerkoet, Waterhoen, IJsvogel, Kleine Karekiet, Bosrietzanger, Rietzanger, Blauwborst en Rietgors. Wijken in de noordwestelijke helft en Rokkeveen-West springen er uit. Het zijn alle wijken met een groot aandeel waterpartijen. Opmerkelijk is dat Van Tuyllpark onder gemiddeld scoort; waarschijnlijk komt dit doordat de telpunten niet bij het water liggen. De meeste soorten hebben riet in het water nodig en dat is te bewerkstelligen door flauwe oevers. Het afsteken van een steilwandje biedt mogelijkheden voor de IJsvogel en een steilwand voor Oeverzwaluwen is dikwijls succesvol gebleken.

Dit zijn vogels van parken met vooral losse boomgroepen met struiken. De groep heeft overeenkomsten met de boomvogels en een aantal struikvogels, zoals Heggenmus en Roodborst, maar ook Kauw en Huismus komen erbij. Ook bij deze groep doet het middendeel, van Buytenwegh tot Rokkeveen het (boven) gemiddeld (excl. Stadscentrum) en de wijken daar west en oost van minder. Vooral de afwisseling van bomen met struiken en ook gazons speelt deze groep in de kaart. De afwisseling tussen bomen en struiken en gazons is belangrijk voor deze groep voor nesten en voedsel.

Deze groep heeft overeenkomsten met de vorige groep maar het gaat hier vooral om soorten van lanen/of losse bomen. Aanvullende soorten zijn Halsbandparkiet, Turkse Tortel, Zwartkop, enkele kraaiachtigen en de Groenling. Slechts enkele wijken in het noorden en oosten hebben een (boven) gemiddelde uitkomst. De overige wijken zijn onder gemiddeld. Net als met de bosvogels zal met het ouder worden van de aanwezige bomen het gebied aantrekkelijker worden voor deze soortgroep.

Het zijn vogels die afhankelijk zijn van struiken en struweel waarin ze broeden of voor dekking. De groep heeft overeenkomsten met de parkvogels. Typische soorten zijn Heggenmus, Winterkoning, Tuinfluiter en Grasmus. De hoogste aantallen zijn gevonden langs de randen aan de noordkant zoals Buytenwegh en Meerpolder. Bomen worden ouder en voor deze groep is dat juist een nadeel. Dus niet alleen lanen met bomen en boomgroepen maar ook delen van de wijk zonder bomen en juist alleen struiken, vooral in de buitenranden.

De (half)holenbroeders zijn soorten die broeden in holen in gebouwen, bomen en in nestkasten. De belangrijkste soorten zijn Huismus, Spreeuw, Kauw, Koolmees, Boomkruiper en Pimpelmees. De wijken waar deze groep het bovengemiddeld doet zijn Palenstein, Buytenwegh en Rokkeveen. Ook goed zijn de wijken langs de buitenrand en plaatselijk in het oosten van van Zoetermeer. Duidelijk onder gemiddeld zijn het Buitengebied-West, Westerpark en omgeving (ook weinig telpunten), Stadscentrum en de buurten in het oostelijke deel waar de nieuwe wijken aanwezig zijn en industrie. Met het ouder worden van de bomen zal voor een deel van de holenbroeders ook meer geschikt habitat ontstaan. Daarnaast zouden in de woonwijken meer nestgelegenheid aangeboden kunnen worden voor deze soorten. 

Huizenbroeders